Overzicht nieuwsbrieven AviVet

April 2021

Salmonella

De regels omtrent Salmonella monstername zijn zeer recent aangepast. Wanneer voorheen een Salmonella monster als positief werd bestempeld was vaak nog een verificatie onderzoek mogelijk. Echter, dit extra onderzoek is komen te vervallen. Wanneer een monster vanaf heden als positief wordt bestempeld, dan is dat dus onherroepelijk. Een koppel kan ook niet negatief worden voor Salmonella wanneer deze eenmaal positief is gemeld. Door een risico op vals positieve uitslagen is het nog belangrijker om de monstername zorgvuldig uit te voeren! Enkele tips op een rij:

  • Was vooraf uw handen.
  • Gebruik schone laarzen (ook de binnenkant van de overschoentjes wordt onderzocht).
  • Verstuur monsters direct en verpak ze goed.
  • Controleer of op het inzendformulier de juiste gegevens staan.
  • Zorg ervoor dat de monsters duidelijk voorzien zijn van een identificatie, waaronder het stalnummer. Bij onduidelijke nummering (of bij het samenvoegen van monsters van meerdere stallen) is de kans groot dat alle stallen besmet worden verklaard.

Let tevens extra op wanneer bepaalde vaccinaties zijn uitgevoerd. In koppels gevaccineerd met de Salmovac 440 entstof bijvoorbeeld kan de entstof nog wel eens teruggevonden worden bij de gangbare Salmonella test methodes. Gelukkig kan deze entstof onderscheiden worden van de Salmonella veldstammen. Hiervoor is echter een aanvullend onderzoek nodig. Geef dus bij iedere Salmonella monstername aan wanneer deze entstof gebruikt is in het koppel en communiceer dat ook duidelijk met uw dierenarts en de afnemer van uw pluimvee en eieren. Het kan namelijk een hoop gedoe opleveren wanneer onverhoopt een monster positief wordt gemeld, maar het later (hopelijk is het monster dan nog beschikbaar voor een differentiatie-test) toch de vaccinstam blijkt te zijn!

Ten slotte: herkauwers kunnen drager zijn van Salmonella. Het beweiden van de uitloop met bijvoorbeeld jongvee of schapen geeft hiermee een risico. Hoewel Salmonella dragende koeien kunnen worden opgespoord middels een bloedonderzoek is dit voor schapen veel lastiger. Neem hierover contact op met uw dierenarts om de risico’s op een positieve uitslag van Salmonella bij het pluimvee te minimaliseren.

 

Wormproef 2020 – De eerste trends

In februari 2020 is AviVet gestart met het monitoren van de wormdruk op meerdere legbedrijven, zowel scharrel als bio. Vóór de wormproef onderzochten we al regelmatig mestmonsters, maar niet zo vaak per ronde als in de wormproef. De motivatie voor dit project was in eerste instantie de nieuwe EU Biologische Verordening (Nr. 2018/848, Bijlage II, 1.5.2.5). Hierin staat dat tijdens het gebruik van ontwormingsmiddelen (nul dagen wachttijd eieren) en in de 48 uur erna, de eieren niet als biologisch mogen worden verkocht. Hoewel deze dreiging op losse schroeven is komen te staan, is het voor bijna alle participerende bedrijven zeer waardevol gebleken om mee te doen aan dit project. Met als doel: een stal-specifiek wormprofiel in kaart brengen en gerichter ontwormen. Na één jaar monitoren in 18 stallen is het een mooi moment om de eerst zichtbare trends te delen.

Methode

Een deelnemend bedrijf werd gevraagd om, tot een leeftijd van 30 weken, iedere 2 weken mest op te sturen voor onderzoek. Na 30 weken leeftijd iedere maand, onder voorbehoud van stal-specifieke ontwikkelingen. Vóór de wormproef werd routinematig ontwormd als het aantal eitjes per gram (EPG) gelijk of hoger was dan 300. Tijdens de wormproef werd het moment van ontwormen per bedrijf apart bepaald. Een EPG van 150 zonder haarworm was geen reden tot ontwormen, maar een moment van alertheid. Het mestonderzoek werd dan na 2 weken herhaald om te monitoren hoe snel de wormbesmetting zou toenemen. Een EPG van 500 of hoger en/of aanwezigheid van haarworm was een reden tot ontwormen als er ook maar het geringste vermoeden was dat de gezondheid van het koppel onder druk stond, al dan niet door de wormbesmetting. In sommige gevallen is er pas ontwormd bij een EPG van 2250.

Resultaten

Aantal bedrijven met haarworm

Van de 18 deelnemende stallen heeft ruim de helft naast een besmetting met spoelworm ook een besmetting met haarworm. Deze schadelijke worm is niet met het blote oog waarneembaar en geeft schade aan het darmslijmvlies. Dit is een reden om bij lage besmetting te ontwormen. De aanpak bij stallen met spoel- en haarworm verschilt dus van stallen met alleen spoelworm. Daarom is er bij de verwerking van de resultaten onderscheid gemaakt tussen stallen met alleen spoelworm en stallen met spoel- en haarworm.

Gemiddeld aantal keer ontwormen

Uit de eerste resultaten blijkt dat een koppel met alleen spoelworm gemiddeld 6,8 keer per ronde wordt ontwormd, bij koppels met spoel- en haarworm ligt dit hoger; gemiddeld 8,5 keer per ronde. Het aantal weken tussen een ontworming (het ontwormingsinterval) is bij stallen met alleen spoelworm langer; gemiddeld 7 weken. Bij spoel- en haarworm bedrijven is dit interval gemiddeld 5 weken. Het aantal ontwormingen verschilt ook per leeftijd van een koppel. In het staafdiagram hiernaast staat weergegeven hoe vaak een koppel gemiddeld wordt ontwormd per leeftijdscategorie.

Leeftijd eerste ontworming

Een koppel wordt gemiddeld op 30,2 weken leeftijd voor het eerst ontwormd. De eerste spoelworm besmetting wordt gemiddeld op 26,7 weken leeftijd gemeten, voor haarworm is dit pas op 37,9 weken leeftijd.

Discussie

Het toch behoorlijk hoge aantal ontwormingen per koppel vraagt om discussie. De data zijn verzameld van 18 stallen, maar niet van iedere stal is een hele ronde gemeten. Een aantal stallen zijn pas in de loop van 2020 ingestapt. De dataset is dus nog beperkt. Bedrijven die relatief vaak ontwormen door bijvoorbeeld een geschiedenis met Blackhead of haarworm in de stal, hebben veel invloed op een (nog) kleine dataset. Ten slotte is er nog te weinig wetenschappelijk bewijs om zeker te zijn dat een hogere wormbesmetting de dieren geen last bezorgt. Om die reden is regelmatig besloten om toch te ontwormen bij een EPG vanaf 500. In Zwitserland daarentegen is de reden voor ontworming een EPG van ±2000, dit is een stuk hoger dan in Nederland. Kortom, we gaan door met de wormproef om een nog beter inzicht te krijgen.

Wormproef 2021

Vanwege de goede resultaten en positieve reacties wordt de wormproef verlengd! De grootste voordelen van de wormproef, volgens de deelnemende bedrijven, zijn: een bedrijfsspecifiek wormprofiel met een overzicht van welke wormen er in de stal voorkomen, weten wanneer uw koppel toe is aan een ontworming met als doel om onnodig ontwormen te voorkomen. Aanmelden kan op ieder gewenst moment. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met één van onze dierenartsen.

 

December

Geef Vogelgriep geen kans!

 

Sinds 23 oktober zit al het commercieel gehouden pluimvee opgehokt en worden in grote delen van ons land dode, besmette watervogels gevonden. Inmiddels zijn er al 6 pluimveebedrijven geruimd wegens besmetting met het hoog-pathogene AI H5N8. Vogelgriepvirussen in wilde vogelpopulaties zijn niet te bestrijden. Het voorkomen van een AI-besmetting op uw bedrijf moet vooral gericht zijn op het nemen van preventieve maatregelen om het contact met deze wilde vogels en hun uitwerpselen te vermijden; en dus de insleep daarvan in uw stal.

 

Op deze manier kunt u uw bedrijf in kaart brengen.

Bron: www.pluimveeweb.nl/artikel/164780-verdedig-risicozones-op-pluimveebedrijf.

Groen: schoon, goed afgeschermd. Oranje: verhard erf waar maatregelen tegen vervuiling te nemen zijn.

Rood: extern gebied met hoog besmettingsrisico.

 

De belangrijkste praktische maatregelen zijn:

 

  • Erf en alle ruimte rondom uw stallen is vuil terrein! Maak een duidelijke scheiding tussen omgeving (rood) en bedrijfsterrein/erf (oranje) en tussen erf en stal (groen)!
    • Plaats bakken met ontsmettingsmiddel bij het toegangshek en de ingang van al uw stal(len).
    • Zorg voor een goede hygiënesluis achter de ingangsdeur van uw stal, trek een staleigen overall aan en stap achter de drempel over in staleigen schoeisel. Wissel vervolgens nogmaals van schoeisel voordat u de dierruimte betreedt.
    • Was in de voorruimte uw handen en desinfecteer ze. Gebruik in de stal een veiligheidsbril, mondneuskapje, haarnet en wegwerphandschoenen.
    • Denk ook aan strikte hygiëne bij het laden/lossen van uw eieren, pallets en emballage (incl. palletwagen)
    • Houdt alle (rol)deuren en ramen gesloten voor onverwachte bezoekers, ongedierte en huisdieren
    • Verwijder dood aangetroffen ratten, muizen en vogels zo snel mogelijk. Doe handschoenen aan en was en ontsmet nadien direct uw handen

 

  • Zeg NEE tegen bezoekers! Laat erf- en stalbetreders alleen toe wanneer het echt noodzakelijk is en volg alle voorgeschreven hygiëneprotocollen!
    • Laat bezoekers aan de weg parkeren waar zij een wegwerpoverall, haarnetje en plastic overschoenen aantrekken. Als bezoekers de stal in moeten, dienen zij te douchen en bedrijfseigen kleding en schoeisel aan te trekken. Bij vertrek wordt er weer gedoucht.
    • Laat voertuigen hun wielen en wielkasten desinfecteren voordat ze uw bedrijfsterrein betreden. Idem als zij vertrekken. Laat deze voertuigen niet direct onder een luchtinlaat parkeren.

 

  • Het virus kan ook via de inlaatkleppen en het gaas van de wintertuin binnenwaaien!

 

Heeft u naar aanleiding van deze informatie vragen, dan horen wij het graag. Wij zijn bereikbaar op telefoonnummer 0318-578255 of mailadres administratie@avivet.eu.

Op de volgende websites is veel aanvullende informatie te lezen:

 

 

Kort nieuws: Even voorstellen

 

 

Stefan Verhoeven (nieuwe dierenarts per 1 januari 2021)

Sinds mijn afstuderen in Utrecht (2010) werk ik al als pluimveedierenarts. Eerst bij Dierenartspraktijk Ell in het zuiden des lands, waar ik meer dan 5 jaar ervaring heb opgedaan als dierenarts in de opfok- en leghennensector, en de vleeskuiken- en kalkoenensector. Vervolgens heb ik 5 jaar gewerkt bij diergeneesmiddelenfabrikant Hipra, met een focus op het gebied van coccidiose (vaccins). Echter, de praktijk bleef altijd trekken en binnenkort kunnen jullie me dan ook bij AviVet tegenkomen. Ik kijk ernaar uit om jullie persoonlijk te ontmoeten en jullie pluimveebedrijf te leren kennen!

 

 

 

Ontwormen is en blijft maatwerk!

Het zal weinig mensen ontgaan zijn dat er rondom het gebruik van synthetische diergeneesmiddelen, waaronder ontwormingsmiddelen, recent veel te doen is geweest binnen de biologische sector.

Onder druk van de vele bezwaren vanuit de sector heeft de Europese commissie begin dit jaar aangekondigd dat de minimale wachttijd van 48 uur voor synthetische diergeneesmiddelen alleen geldt voor middelen die onder de zogenaamde cascade-regeling vallen. Dat zijn middelen die geen registratie hebben voor het gebruik bij de betreffende diersoort en/of een specifieke aandoening. Bij leghennen worden deze middelen tijdens de legperiode eigenlijk zelden tot nooit ingezet, eenvoudig weg omdat de wachttijd voor eieren minimaal 7 dagen is. En dus 2×7 dagen voor bio!

Dus: de druk is er voorlopig af. Ontwormingsmiddelen kunnen worden ingezet zonder dat er eieren moeten worden afgewaardeerd. Dit is geweldig nieuws want de financiële schade die zou kunnen ontstaan door het onthouden van een ontwormingskuur op basis van een economische afweging, zouden dierenwelzijn, diergezondheid en de productie ernstig kunnen schaden.
Is er dan helemaal niks veranderd? Gelukkig wel. We zijn ons weer bewust geworden van het gebruik van ontwormingsmiddelen en streven naar ontwormen op basis van een diagnose. Dit is voor andere diersoorten, zoals paarden en schapen, al veel langer de norm maar voor pluimvee wordt er nog vaak op de kalender ‘strategisch’ ontwormd.

In de periode voorafgaand aan het besluit van de Europese commissie is AviVet begonnen met routinematig mestonderzoek op bedrijven die zich hiervoor hebben aangemeld.  We zijn afgestapt van het standaard advies, maar kijken per bedrijf naar hoeveel wormeneitjes er in de mest zitten, welke wormen er voorkomen, hoe de hennen functioneren, en wanneer mogelijk, doen we ook sectie. Er zijn geen 2 bedrijven hetzelfde. Enerzijds zijn er bedrijven waar de wormdruk laag blijft zonder te ontwormen, anderzijds bedrijven die te maken hebben met de schadelijke haarworm of waar de spoelwormenpopulatie in heel korte tijd explodeert. Het mestonderzoek geeft veel inzicht in de wormdynamiek op een bedrijf, zowel vóór als ná behandeling.

De kritische houding ten opzichte van het gebruik van ontwormingsmiddelen beperkt zich niet alleen tot de biologische sector. De eieren van een koppel leghennen dat wordt ontwormd bevatten vaak zeer lage residuen (weliswaar onder de toegestane MRL). De impact hiervan op het milieu en het bodemleven (via de mest) heeft een cumulatief effect en is nog een reden om bewust om te gaan met het gebruik van deze middelen. Het is goed dat de sector pro-actief actie onderneemt en niet van buitenaf middels wet- en regelgeving gedwongen wordt om minder ontwormingsmiddelen in te zetten. Nu heeft de sector zelf de kans om de handschoen op te pakken en het gebruik van ontwormingsmiddelen opnieuw in kaart te brengen en kritisch te evalueren.

September

De herfst is begonnen

Kippen kunnen wel tegen kou, maar tocht is echt funest. Gezondheidsproblemen, zoals uitval door E. coli, gaan vaak samen met een slecht klimaat. Nu de nachten weer kouder worden is het tijd om de ventilatie weer eens na te lopen en de inlaatventielen eventueel om te zetten van zomer- naar winterstand. In dit artikel worden slechts enkele aspecten belicht, voor een optimaal klimaatadvies is een bedrijfsspecifieke analyse door een expert vereist.

Een van de oorzaken waardoor kippen vaak ’s nachts op de tocht te zitten is dat gedurende de nacht de ventilatie terugzakt naar minimum toerental en de luchtstroom dus verzwakt. Ventielen die minder dan 4 cm open staan of juist veel te ver open staan zorgen voor koude lucht die niet aan het plafond blijft ‘plakken’. Daardoor zakt de lucht te snel en valt koud op de kippen. Het is aan te raden een aantal ventielen met de hand te sluiten om de onderdruk ’s nachts op de ingestelde streefwaarde te kunnen houden. Verder is het goed om de nachttemperatuur op zo’n 21°C in te stellen: de kippen zitten stil en hebben die warmte nodig. Te veel ventileren is niet goed. Zeker als het overdag nog warm is en ’s nachts buiten afkoelt, haal je met ventileren al snel te veel koude en vochtige lucht binnen.

 

In stalsystemen met uitloopluiken kan overdag de luchtstroom (wind) door de uitloopluiken getemperd worden door de openingen aan de buitenkant van de (overdekte) wintergarten af te schermen. Dit kan bijvoorbeeld met een in-hoogte-verstelbaar zeil of wind-breek materiaal. Bij een zeil moet de klimaatregeling zodanig worden afgesteld dat er 1,5 – 2,5 cm² (m³/h) netto doorvoeropening is om de lucht van buiten in de wintergarten te trekken. Als materiaal is wind-breekgaas ook prima geschikt (90% wind-breek en 50% gesloten) en effectiever in vergelijking tot geperforeerd of ingeponste damwand. Hiervan zijn de openingsgaten vaak te groot om de 90% wind-breek te bewerkstelligen. Sommige overdekte uitloopruimtes zijn middels verspringingen ingedeeld en kunnen mogelijk gaan functioneren als windtunnel. Hierdoor neemt de luchtsnelheid toe en kan er tocht ontstaan. Met bijvoorbeeld strobalen kan de wind juist weer worden gebroken.

Uit het veld: nieuwe gevallen van blackhead (Histomonas)

Wat ziet u aan uw leghennen? Soms ziet u niets aan uw koppel en is Blackhead een toevalsbevinding. Echter, jonge koppels leghennen (20-30 weken) zijn het meest gevoelig. Typische bevindingen zijn: treurende hennen, dalende voeropname en eiproductie van soms enkele procenten en de uitval is vaak verhoogd. Als de sectie van treurende of dode hennen door uw dierenarts beelden oplevert zoals in afbeeldingen 3 en 4, dan is de diagnose Blackhead snel gesteld. Wat zit hierachter en wat kunt u eraan doen?

 

De kleine spoelworm, Heterakis gallinarum, is één van de meest voorkomende wormen bij leghennen met uitloop. De eitjes die deze worm in de mest uitscheidt, worden na ongeveer twee weken in de omgeving infectieus. Tussen opname van zo’n wormeitje, ontwikkeling tot volwassen worm en het weer uitscheiden van nieuwe eitjes (de prepatentperiode) zitten 24-30 dagen. De diagnose van een kleine spoelwormbesmetting is te stellen door mestonderzoek en/of bij sectie door de volwassen wormen aan te tonen in de punten van de blinde darmen (afbeelding 1). Wanneer je op een risico-bedrijf (bijvoorbeeld met bedrijfsgeschiedenis van Blackhead) een afkrabsel maakt van het slijmvlies van de blinde darm, waarin nog geen kleine volwassen spoelwormen te zien zijn, kunnen onder de microscoop soms al wel de jonge larven gevonden worden (afbeelding 2).

 

Wat heeft H. gallinarum met Blackhead te maken? Kleine spoelwormeitjes dragen soms de ziekteverwekkende eencellige parasiet Histomonas meleagridis bij zich, welke de ziekte Blackhead veroorzaakt. Na opname van de spoelwormeitjes door een hen veroorzaken de protozoën ontsteking en ernstige necrose (afsterven van weefsel) in de wand van de blinde darmen (afbeelding 3), indien vergevorderd met scibulae (‘worstjes’ van ontstekingsmateriaal). Via het bloedvatenstelsel komen de protozoën vervolgens in de lever terecht en veroorzaken daar ook necrose (afbeelding 4). Hierdoor kan de uitval oplopen.

 

Wat te doen? Wanneer uw dierenarts de diagnose Blackhead op tijd gesteld heeft, is er nog genoeg te doen om de schade te beperken. Het plan van aanpak omvat: (1) zo spoedig mogelijk ontwormen bij voorkeur via drinkwater (inclusief ophokken), waarbij een nieuwe vervolgkuur 3 weken na het einde van de vorige kuur wordt herhaald (in totaal ca. 3-4 keer herhalen), (2) verwijderen strooisel en nieuw strooisel in de stal aanbrengen om infectiedruk omlaag te brengen, (3) behandelen van de uitloop waarbij de toplaag van de eerste 10 meter wordt verwijderd, ongebluste kalk wordt aangebracht (biologisch niet toegestaan), de kalk wordt ingewerkt en een nieuwe toplaag wordt aangebracht, (4) ondersteuning diergezondheid (oregano in voer of via het drinkwater, eventuele behandeling tegen coccidiose met amprolium, wanneer aangetoond dat coccidiose meespeelt), intensieve monitoring koppel d.w.z. in jong koppel tot 30 weken 2-wekelijks mestmonster onderzoeken (EPG + OPG), minstens eens per maand sectie, inclusief het maken van afkrabsels van de blinde darmen.

Kort nieuws: Even voorstellen

Mirthe de Wit (student diergeneeskunde). Ik zit in de laatste fase van mijn studie en wil mij als toekomstig pluimveedierenarts graag verdiepen in de legsector. Vandaar dat ik mijn externe stage volg bij AviVet. Daarnaast loop ik hier ook mijn onderzoeksstage en draai ik mee in het vogelmijten (promotie) onderzoek van Berrian Lammers. De komende 5 maanden zullen jullie mij dus wel vaker een keer tegenkomen: op jullie bedrijf of hier op de praktijk. Tot ziens!

 

 

 

 

 

 

Kimberly Monpellier (student diergeneeskunde). Als bijna afgestudeerde dierenarts loop ik bij AviVet mijn allerlaatste stage ‘Bestuur en Beleid’. Ik ga mij de komende 2 maanden vol enthousiasme buigen over diverse projecten in relatie tot diergezondheid en welzijn van leghennen binnen verschillende houderij systemen. Tot half november is het dus mogelijk dat jullie mij een keer langs zien komen met één van de dierenartsen van AviVet. Hopelijk tot snel!