Biologisch pluimvee

 

De Biologische pluimveehouderij is in beweging. De nieuwe EU bioverordening 2018/848 (Uitvoeringsverordening  (EU) 2020/464 van de commissie d.d. 31/3/2020) brengt veranderingen met zich mee wat betreft de huisvesting, zoals het gebruik van de wintertuin, buitenuitloop, huisvesting van opfokhennen, alsmede de wachttijd bij gebruik van diergeneesmiddelen. AviVet zet zich in om de bio-sector hierbij zo goed mogelijk te ondersteunen en voorzien van veterinair advies.

 

De belangrijkste vraag is op dit moment: mogen de eieren tijdens en 48 uur na een ontwormingskuur nu wel of niet als biologisch worden afgezet? Wie bepaalt dit en hoe worden de consequenties ervan opgelost? Dit zijn relevante vragen die beantwoord gaan worden. De onderliggende vragen die ook gesteld kunnen worden zijn bijvoorbeeld: Is het mogelijk om minder te ontwormen met als gevolg minder residuen in de omgeving en het ei? Wanneer heeft een wormbesmetting een negatief effect op een koppel kippen? AviVet is een pluimveedierenartsen praktijk die zich voor 100% inzet om deze vragen uit te werken en de pluimveehouder op de hoogte te houden. Zo maken we sinds ruim 1 jaar samen met de pluimveehouder een inzichtelijk wormenprofiel per leghennenbedrijf. Iedere 2-4 weken tijdens de legronde kijken we middels mestonderzoek naar de wormbesmetting en het type wormen. Voorlopige conclusies: er zijn geen twee bedrijven hetzelfde, maatwerk is dus op zijn plaats en standaard iedere x weken ontwormen is vaak niet nodig.

 

Daarnaast investeren we veel tijd en aandacht aan het enorme aanbod aan wateradditieven op de markt. Er is een duidelijke lijst van toegestane ingrediënten te vinden in Bijlage VI van Verordening (EU) 889/2008, maar wat er precies in een product zit is lang niet altijd even duidelijk. AviVet heeft zelf geen productlijnen waaraan we zijn gebonden, in plaats daarvan adviseren we zo goed mogelijk of de producten die pluimveehouders willen inzetten biologisch toegestaan zijn of niet.

 

Voorkomen is beter dan genezen. En dat geldt zeker voor de biologische pluimveehouderij. Optimaal produceren en gezond blijven gaan alleen samen als het gehele systeem (lees: lichaam) in balans is. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook het tijdig ingrijpen bij een groeiende vogelmijtenpopulatie. Het ontstaan ervan, de voorkeursplekken en de dynamiek van deze populatie kunnen we in beeld brengen door te monitoren. Afwachten en pas ingrijpen als de vogelmijten in de hele stal duidelijk visueel zichtbaar zijn is dus te laat.

Ten slotte: we zijn nauw betrokken bij partijen, zoals Bionext en SKAL, om onszelf continu up-to-date te houden met betrekking tot veranderingen in wet- en regelgeving.

Wij zijn gemotiveerd om samen te werken aan een gezonde biologische pluimveehouderij!