Onze legkippen zijn topsporters! Om meer dan 300 eieren per jaar te produceren wordt fysiek het uiterste van een leghen gevraagd. En net zoals voor een topsporter moet alles kloppen om maximaal te kunnen presteren. Voeding, huisvesting, klimaat, opfok, gezondheidsstatus en het management van de veehouder staan gezamenlijk aan de basis voor deze topprestatie en bepalen (mede) ook het welzijn van het dier.

Dierenwelzijn en dan met name van voedselproducerende dieren staat in menige discussie centraal. Wat in de maatschappelijke discussies lijkt te ontbreken is dat de veehouder ook bij een goed welzijn van hun dieren is gebaat. Een koppel legkippen dat gezond is, voldoende goed voer eet, mooi in de veren zit, rustig zijn soorteigen gedrag vertoond en daarnaast eerste klas eieren produceert is het beste scenario voor de boer. Maar wat is welzijn?

Dierenwelzijn anno nu

Welzijn kan worden gedefinieerd als een staat van ‘wel-bevinden’, maar ‘goed dierenwelzijn’ wordt niet door iedereen op dezelfde manier omschreven. Wettelijk worden voor een goed dierenwelzijn de vijf vrijheden van Brambell (1965) als parameters gehanteerd (nota Dierenwelzijn, 2007)

  • vrij van dorst, honger en ondervoeding,
  • vrij van fysiek en thermaal ongerief,
  • vrij van pijn, verwonding en ziektes,
  • vrij van angst en chronische stress en
  • vrij om natuurlijk gedrag te vertonen

Het positieve aspect van welzijn wordt hierin echter niet betrokken. Een meer recente ontwikkeling zet een belangrijke stap verder door de perceptie van het dier zelf bij welzijnsdefinities te betrekken. Recent is onder andere door de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht een vernieuwde definitie van dierenwelzijn omschreven als:

Een individu verkeert in een staat van welzijn wanneer het in staat is zich actief aan zijn levensomstandigheden aan te passen en daarmee een toestand kan bereiken die het als positief ervaart.

Hier staat niet het ‘vrij zijn van’ centraal maar juist het in ’staat zijn tot’. Bij kippen ontstaan onder andere welzijnsproblemen als ze gemotiveerd zijn om een bepaald gedrag uit te voeren, maar ze niet in staat zijn aan deze behoefte te voldoen ten gevolge van beperkingen van bijvoorbeeld het huisvestingssysteem. Dit kan leiden tot schadelijke varianten van hun natuurlijke gedragingen zoals verenpikken, hysterie en kannibalisme.

Het meten van welzijn bij kippen: de theorie

Een staat van gezondheid is de basis, maar geen garantie voor een goed welzijn. Om een zinvolle uitspraak te doen over het welzijn van een koppel kippen speelt naast fysiek ongerief, ook de huisvesting een grote rol. Voor het kwantificeren van dierenwelzijn is door de Europese Unie in 2006 het Welfare Quality® plan gestart. In een samenwerking tussen 17 landen (13 in Europa en 4 in Latijns America) zijn per diersoort specifieke Welfare Quality® protocollen opgesteld. Bij deze score systemen worden 12 criteria beoordeeld die samen een waarde geven voor het welzijn. Voor pluimvee was het document beschikbaar in 2010 (http://www.welfarequalitynetwork.net/en-us/reports/assessment-protocols. ) Echter, het uitvoeren van het Welfare Quality® protocol vergt enorm veel tijd (gemiddeld 7 uur per bedrijf) en ook enige mate van ervaring. Daarom is AviVet aan de slag gegaan met iets nieuws, meer praktisch.

Het meten van welzijn bij kippen: de praktijk

Met het Welfare Quality protocol als basis heeft AviVet een Welzijn Check ontwikkeld die uitermate geschikt is voor gebruik onder praktijkomstandigheden op het legbedrijf. Deze Welzijn Check kan daar als managementtool worden gebruikt om de volgende punten inzichtelijk te krijgen:

  • Knelpunten op het gebied van welzijn
  • Maatregelen voor het verbeteren van welzijn
  • Vergelijken van het koppel welzijn versus het welzijn per individueel dier

Omdat aanpassingen die het dierenwelzijn en (indirect) de diergezondheid verhogen vaak ook tot een betere productie leiden is het dus een win-win situatie.