Het opstarten van een nieuw legkoppel is voor iedere leghennenhouder een intensieve tijd. Als deze fase goed verloopt, vermindert dat de kans op problemen tijdens de rest van de ronde. Voor een hen is de overgang tussen de opfokstal en de nieuwe legstal ingrijpend, zelfs stressvol. Daarom is het belangrijk dat deze overgang vloeiend verloopt. Het spreekwoord “vooruitzien is regeren” is van toepassing op de kennis van de leghennenhouder over zijn nieuwe koppel hennen.

Entingen tijdens de opfok

Hoe kennis over het vaccinatieschema in de opfokperiode de opstart in de legstal kan bevloeden, wordt in dit eerste artikel besproken. Tijdens de opfok zit het entschema namelijk behoorlijk vol. De vaccinatieschemas verschillen weliswaar per opfokorganisaties, maar bevatten meestal een aantal standaard entingen tegen ziekten zoals Marek, Infectieuze Bronchitis en Gumboro. Dit zijn virussen die in de opfokperiode kunnen komen aanwaaien en waartegen geen behandeling mogelijk is. Daarnaast worden entschemas aangepast aan de wensen van de toekomstige leghennenhouder. Die zijn vaak afhankelijk van de besmettingsdruk van bepaalde virussen of bacteri op het legbedrijf. Denk hierbij aan vaccinaties tegen Salmonella, Vlekziekte, Pasteurella, Coryza of E.coli (al dan niet stalspecifiek). Welk entschema dan ook, het zal altijd een aantal verplichte vaccinaties tegen NcD bevatten conform de wettelijk verplichte Verordening vaccinatie Newcastle Disease (2006).

Entreacties

Voor de leghennenhouder is het van belang zoveel mogelijk input te krijgen over het uitgevoerde vaccinatieschema voordat de hennen voor de deur staan. Voor de hand ligt het om te willen weten, niet alleen WELKE vaccinaties zijn gegeven, maar ook WANNEER. Vaccinaties kunnen namelijk entreacties tot gevolg hebben. Met entreactie wordt bedoeld de reactie van het dier na de enting. Deze reactie kan varien van mild tot heftig waardoor dieren niet lekker in hun vel zitten. De oorzaak ligt enerzijds door het aanslaan van de entstof, waardoor de antistoffen-produktie op gang komt. Anderzijds , met name na de injectie enting, door de stress en pijn van de gegeven injectie. Dit bevloedt onder andere de voer- en water opname. Een koppel kan hierdoor flink uit elkaar groeien en dit ziet de leghennenhouder terug in zijn/haar stal. Als het koppel een achterstand heeft opgelopen in de fysieke ontwikkeling, kan er gekozen worden om de lichtstimulatie iets te vertragen.

Extra aanpassingen

Soms hebben hennen nog vrij kort voor het transport een enting gekregen, waardoor een mogelijke entreactie aanwezig is bij aankomst op het legbedrijf. Indien dit het geval is, dan is het raadzaam om de hennen extra te ondersteunen op het legbedrijf. Als er bijvoorbeeld geluid op de koppel zit door een irritatie van de voorste luchtwegen, dan kunnen etherische oli zoals eucalyptus en menthol worden ingezet om de ademhaling te verzachten. Extra vitamine C zorgt voor een ondersteuning van het immuunsysteem en verminderd de stress-respons. Voldoende frisse lucht is belangrijk, maar dan wel zonder tocht! Overleg met uw begeleidend dierenarts wat de beste aanpak is.
Ook is het belangrijk om te weten of er gecontroleerd is hoe de (injectie) entingen zijn uitgevoerd. Zijn er bijvoorbeeld (titer) evaluaties bekend van de 12-weekse injectie enting met het oog op de uitvoering, bewaarcondities van het vaccin, etcetera? Om te controleren of iedere hen is geprikt kan de pokken-score en/of bloedonderzoek naar de EDS titers worden gemeten. Deze parameters geven een goede indruk over hoe de 12-weekse injectie enting is uitgevoerd.
Kortom, een goede samenwerking en kennisuitwisseling tussen hennenleverancier, leghenhouder, voerleverancier en dierenarts is onmisbaar voor een goede start van een legkoppel.