Mensen en dieren bestaan voor het grootste gedeelte uit water. Niet verrassend dus dat water ons belangrijkste nutriënt is. Het kraanwater in Nederland is zo goed als vrij van microbiële vervuiling en toxines en bevat geen schadelijke gehaltes aan chemische bestanddelen. Echter, wat voor ons normaal is, is niet altijd vanzelfsprekend voor het water dat we aan onze dieren geven binnen de veehouderij. En dat terwijl drinkwater regelmatig wordt gebruikt voor de toediening van vaccins en medicijnen.

Chemische waterkwaliteit

Waterkwaliteit kan worden opgesplitst in chemische- en microbiële kwaliteit. Chemische kwaliteit omvat elementen zoals ijzer, mangaan, calcium en magnesium, waarvan de laatste twee grotendeels de hardheid bepalen. Een te hoog gehalte aan bijvoorbeeld ijzer en mangaan, kan neerslag in de leidingen veroorzaken. Dit is een ideale voedingsbodem voor micro-organismen om een biofilm te vormen. Teveel calcium geeft een neerslag die de vrije stroom van water hindert en vooral bij de drinknippels lekkage kan veroorzaken. Hoewel een teveel aan elementen overlast veroorzaakt, kan er ook een tekort optreden. Water dat gezuiverd is van alle zouten en mineralen, zoals na omgekeerde osmose, wordt niet voor niets agressief water genoemd. Dit water is in staat om betonnen roosters op te lossen. Daarnaast verliest water het bufferend vermogen waardoor een kleine toevoeging van zuren (zoals gebruikelijk is voor de Salmonella controle) de pH flink onderuit kan halen. Dit kan leiden tot ondrinkbaar water wat in de praktijk ernstige gevolgen geeft.

Microbiële waterkwaliteit

microbiële kwaliteit van water wordt bepaald door levende organismen. Hoewel kraanwater normaliter een laag aantal bacteriën bevat, kan via een leidingensysteem dat bevuild is met biofilm de microbiële druk aan de drinknippel enorm toenemen. Pathogene micro-organismen zijn via het drinkwater prima in staat om een infectie van dier op dier over te dragen. Een voorbeeld hiervan is een stal geïnfecteerd met de Pseudomonas bacterie. Deze gram-negatieve bacterie houdt van vocht en overleeft gemakkelijk in een watersysteem. Infecties kunnen erg op een E.coli infectie lijken en de uitval kan flink oplopen. Als de kiem wordt geïsoleerd uit aangetaste dieren, dan wordt de bacterie regelmatig in het drinkwatersysteem aangetoond. Binnen een succesvolle aanpak valt dan dus ook reiniging van het drinkwatersysteem. Kortom, de focus op microbiële kwaliteit van drinkwater gaat verder dan het water alleen: het leidingensysteem moet ook schoon zijn.

Biofilm: hoe kom je eraf?

De methoden om biofilm uit een drinkwater systeem te verwijderen zijn beperkt. Er bestaan mechanische- en chemische reinigingsmethoden. Mechanisch kan dit met behulp van een speciaal reinigingsapparaat dat afwisselend water- en luchtdrukgolven produceert. Dit is specialisten werk dat door een klein aantal bedrijven wordt aangeboden en uitgevoerd. Chemische reiniging is mogelijk met bijvoorbeeld een product gebaseerd op waterstofperoxide. De concentratie moet hoog genoeg zijn, het effect is sterk gerelateerd met de concentratie: hoe geconcentreerder de oplossing, hoe meer effect. Daarom is het verwijderen van een bestaande biofilm met behulp van waterstofperoxide alleen mogelijk als dieren niet van het water kunnen drinken zoals tijdens leegstand. Een veel voorkomende situatie is dat de doseerpomp maximaal 1% kan doseren. Echter, met deze concentratie wordt de biofilm niet volledig verwijderd. Een concentratie van 2-5% met een product dat 50% waterstofperoxide bevat is pas echt effectief tegen een bestaande biofilm. Bovendien worden er steeds meer wateradditieven gebruikt op basis van etherische oliën. Om residuen van deze vettige oplossingen te verwijderen is het beter om tijdens leegstand eerst een alkalisch oplosmiddel in te zetten, bijvoorbeeld een mengsel van natriumhydroxide met kaliumhydroxide, gevolgd door bijvoorbeeld waterstofperoxide.
Kortom, de kwaliteit van het drinkwater en het drinkwatersysteem verdienen continu alle aandacht. Verwijdering van biofilm is lastig, maar niet onmogelijk. Bovendien is er niet n manier die voor elk stalsysteem gegarandeerd succes oplevert. Het blijft maatwerk.