Bloedluis in pluimveestallen is een probleem dat continu de aandacht verdient. Op de markt zijn een groot aantal producten beschikbaar die op een of andere manier geschikt zouden zijn om bloedluis te bestrijden. Wat mag er nou wel en wat mag er niet?

De bestrijding van bloedluis is grofweg in drie typen onder te verdelen:

  1. Voorkomen van de besmetting. Hierbij kan men denken aan het reinigen van de stal, een hitte behandeling, hygiëne maatregelen en specifieke bloedluis-vriendelijke stalsystemen zoals de Q-perch.
  2. Bestrijden van de bloedluis zodra die in de stal wordt aangetroffen. In het algemeen geldt dat alle stoffen tot de biociden behoren, als er op het etiket, in de bijsluiter of via de marketing geclaimed wordt dat zij organismen (dus ook bloedluis) kunnen doden of verdrijven.
  3. Diergeneesmiddelen: dit zijn middelen die een claim hebben bloedluizen te doden en ook zijn geregistreerd als diergeneesmiddel dus op recept van de dierenarts moeten worden verkregen.

Voor producten die tot de eerste categorie behoren is geen registratie nodig. Producten uit de tweede categorie dienen wel als biocide bij het Ctgb geregistreerd te worden (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Het Ctgb beoordeelt of ze bij het voorgeschreven gebruik veilig zijn voor mens, dier en milieu. Toegelaten middelen hebben op het etiket altijd een toelatingsnummer dat begint met NL of eindigt op een ‘N’. Op dit moment alleen Elector met de actieve stof Spinosad. De derde categorie middelen kunnen uitsluitend via de dierenarts worden verkregen. Er zijn 2 producten beschikbaar: Byemite (actieve stof is Foxim, wachttijd eieren 12 uur) en Exzolt (bevat Fluralaner, wachttijd eieren 0 dagen).

Silicapoeder en RUB lijst

Een veel gebruikt product tegen bloedluis is silicapoeder en diatomeeënaarde. Een paar middelen met deze ingrediënten als actieve stof staan op de zogeheten RUB-lijst (Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen) en zijn van rechtswege toegelaten. Het aantal silicaproducten dat op de RUB-lijst staat is sterk afgenomen omdat in 2012 is afgesproken dat ook voor de vermeldingen op de RUB-lijst geldt dat ze óf volgens de Europese verordeningen worden beoordeeld, óf van de markt verdwijnen. Aanmelders/aanvragers konden tot 15 februari 2018 stoffen en middelen van de oude-RUB lijst met hun specifieke toepassing aanmelden voor een reguliere toelating. De Staatscourant heeft op 20 juni 2018 officieel bekend gemaakt welke producten op de RUB lijst zijn blijven staan en dus worden beoordeeld volgens de Europese verordening.

Zie voor de volledige lijst https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-34031.html

Natuurlijke producten

Maar hoe zit het dan met middelen die bijvoorbeeld op etherische oliën en kruiden gebaseerd zijn?

Het is eigenlijk vrij eenvoudig: ALS een fabrikant een werking claimt die de bloedluis bestrijdt of verdrijft, dan is het een biocide en heeft het als zodanig een registratie nodig. Het gaat niet om de herkomst van de gebruikte stoffen, maar om de werking die wordt geclaimd, ook al zijn de bestanddelen ‘natuurlijk’, zoals etherische oliën. Een middel dat werkt door de ademhalingsorganen van een insect (tracheeën) te verstoppen, heeft ook een toelating van het Ctgb nodig. Veel producenten zullen daarom niet een directe claim maken maar zich bijvoorbeeld richten op het ‘ondersteunen van de hen’ of juist benadrukken dat ze voor reiniging zijn bedoeld en daarmee ook geen biocide zijn. Hier is een grijs gebied waar de inspectie het bestaansrecht van producten toetst. Zij richten zich op de intentie achter de claim en die verschilt tussen producten.

Roofmijten

Roofmijten hebben een bijzondere positie. Zij worden weliswaar ingezet ter bestrijding van de bloedluis en zouden dus in de tweede categorie vallen, maar hoeven niet geregistreerd te worden. Het zijn namelijk macro-organisme en die vallen buiten de definitie van een Biocide.

Biologische sector

Ook voor de biologische sector geldt dat indien een product claimt tegen bloedluis te werken, het als biocide bij het Ctgb geregistreerd moet zijn. Daarnaast moeten de stoffen in de producten zijn toegelaten volgens de Biologische Veehouderij Verordening EG889/2008. (https://www.skal.nl/assets/Infobladen/Bijlagen-bij-infoblad-Veehouderij.pdf. Hier is dus sprake van een EN-EN-situatie. Bij het gebruik van diergeneesmiddelen is de wachttijd het dubbele van de registratie (bijvoorbeeld 24 uur voor Byemite).